Financieel wijzer worden met geldsprookjes
- donderdag, 8 januari 2026
Hoe behandel je financiële educatie op een manier die past binnen een drukke lesweek en aansluit bij de belevingswereld van kinderen? Met het gratis themapakket van de Week van het geld kun je als leerkracht direct en eenvoudig met het thema aan de slag. Dit jaar met herkenbare geldsprookjes als startpunt voor elke les.
Van 23 tot en met 27 maart vindt de 15e editie van de Week van het geld plaats. Tijdens deze jubileumeditie staat het thema ‘Geldsprookjes – te mooi om waar te zijn?’ centraal. Leerlingen leren misvattingen over geld herkennen, slimme reclametrucs doorzien en hun verwachtingen over geld realistisch houden. Met de lesmaterialen uit het themapakket kun je als leerkracht eenvoudig je eigen financiële les geven en deze onderwerpen op een toegankelijke en leuke manier behandelen.
Geldsprookjes
In het lesmateriaal worden klassieke sprookjes in een modern jasje gebruikt. “Dat zorgt direct voor herkenning”, vertelt Fabiënne Rauwers, communicatie-adviseur van de Week van het geld. “Leerlingen zien meteen: hé, dit is Sneeuwwitje of Hans en Grietje. Maar wie beter kijkt, ontdekt dat ieder sprookjesfiguur voor een gelddilemma staat. Dat maakt het verhaal vertrouwd én nieuw tegelijk.” Robieke Roesink, educatief ontwikkelaar bij Podium, werkte mee aan de ontwikkeling van het pakket: “Sprookjes prikkelen de fantasie en nemen leerlingen écht mee in een verhaal. Daardoor blijft de lesstof veel beter hangen.”

Een voorbeeld uit het themapakket is het verhaal van Roodkapje, die onderweg naar oma wordt verleid door een geldwolf met ‘op=op’ en ‘nu of nooit’-aanbiedingen. “Reclameteksten die kinderen dagelijks zien”, legt Fabiënne uit. “Met dit sprookje willen we leerlingen bewust maken dat zulke claims niet automatisch betekenen dat iets een uitzonderlijke deal is die nooit meer terugkomt. Door dat kritisch denkvermogen te ontwikkelen, leren kinderen om zich minder te laten leiden door impulsieve keuzes.” Robieke vult aan: “Doordat onderwerpen in sprookjes zijn verpakt, voelt het minder beladen en gaan leerlingen veel gemakkelijker het gesprek aan over slimme keuzes.”
Themapakket: een educatieve blokkendoos
Het themapakket bevat kant-en-klare lessen en opdrachten. “Het is een soort educatieve blokkendoos”, vertelt Fabiënne. “Leerkrachten kiezen zelf welke onderdelen ze gebruiken. Ze kunnen het pakket in zijn geheel inzetten of losse onderdelen integreren in hun eigen les.”
Die flexibiliteit maakt het eenvoudig om de duur én de inhoud van de lessen af te stemmen op de behoeften van zowel de leraar als de klas. Fabiënne: “Sommige leerkrachten gebruiken één les om het thema aan te stippen, terwijl anderen het materiaal inzetten voor een volledige themaweek. Het is maar net wat het beste uitkomt.”
De inhoud van het pakket verschilt per leerjaar. Pakketten zijn beschikbaar vanaf groep 1. Robieke: “We stemmen alles af op het kennisniveau en de belevingswereld van de leerlingen. In de onderbouw staan we vooral stil bij wat geld eigenlijk is, terwijl we in de bovenbouw onderwerpen behandelen als in-game aankopen en influencers.”
Aansluiting kerndoelen en kernvakken
De opdrachten uit het themapakket sluiten aan bij de Nibud-leerdoelen en de kernvakken rekenen en taal. Financiële educatie loopt daardoor niet naast het reguliere lesprogramma, maar erin mee. Zo maken groep 3 en 4 rekensommen met geld via kleuren-op-nummer kleurplaten, ontdekken groep 5 en 6 via een begrijpend lezen tekst over Assepoester en de midnight sale hoe verleidingen werken, en berekenen groep 7 en 8 welk telefoonabonnement voor Hans en Grietje het voordeligst is.
“Doordat de opdrachten aansluiten bij taal- en reken-lessen, kunnen scholen financiële educatie moeiteloos integreren in wat er al op het programma staat”, zegt Robieke. Fabiënne: “De materialen sluiten bovendien ook aan op de nieuwe kerndoelen voor het basisonderwijs, waarin is opgenomen dat leerlingen leren over sparen, lenen en het herkennen van verleidingen.”
Ontwikkeld met input van leerkrachten
De lessen uit het themapakket vragen weinig voorbereidingstijd en kunnen door elke leerkracht, ook na de Week van het geld, worden gegeven. Robieke: “In de docentenhandleiding staan duidelijke lesinstructies, zodat specifieke financiële kennis niet nodig is.” Fabienne: “Leerkrachten kunnen het inzetten wanneer het past, tijdens de Week van het geld of in de maanden erna.”
Daarnaast is er rekening gehouden met het speciaal onderwijs en met leerlingen die juist extra uitdaging kunnen gebruiken. “Via onze online omgeving krijg je als leerkracht ook toegang tot de online materialen van de andere pakketten”, legt Fabiënne uit. “Zo kun je eenvoudig ook andere materialen van andere groepen gebruiken in je les. Daarnaast zetten we op onze materialen nergens het woord ‘groep’, maar spreken we van ‘niveau’. Zo ervaren leerlingen het materiaal nooit als te jong of te oud, wat bijvoorbeeld goed werkt in het speciaal onderwijs.”